Yossif Ivanov over doorgeven rijke traditie en opfrissen imago


‘Saai? Daar wilden we wat aan doen!’


Hij is prijswinnaar van het beroemde Elisabethconcours, jongste viooldocent ooit aan het Brussels Conservatorium, oprichter en muzikant van hippe vioolband Trilogy, bespeler van een meer dan 300 jaar oude Stradivariusviool. Yossif Ivanov soleert in oktober bij philharmonie zuidnederland in het vioolconcert van Beethoven. Machiel Swillens zocht hem op in Brussel en sprak met hem over zijn ‘roots’ en de klassieke muziek, traditie of vernieuwing.


(Verschenen in deKlank september 201l - fotografie Mo Swillens)


Op gymschoenen, zijn vioolkoffer losjes over zijn schouder, komt hij het hofje voor het conservatorium in Brussel binnenlopen. Hij begroet me hartelijk en gaat me voor de brede stenen trappen van het oude gebouw op. ‘Kijk, dat is nu typisch België’, zegt hij, wijzend op de afgebladderde verf tegen de hoge muren. ‘Het gebouw is prachtig, maar niemand weet wiens verantwoordelijkheid het is om het te onderhouden; de Walen, de Vlamingen… Daar wordt vooral veel over gepraat, en ondertussen geraakt het in verval.’ Bovenaan de trap, op de tweede verdieping, opent hij de deur van zijn leskamer. Vioolklanken van de leerling die staat in te spelen, stromen naar buiten. Hij legt zijn vioolkoffer op een tafel: ‘Bonjour, ça va? Wat ga je spelen vandaag?’

In 2008 werd Yossif Ivanov benoemd tot viooldocent aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Hij had er voorheen zelf gestudeerd, en was er, met zijn 22 jaar, de jongste viooldocent ooit.


Gefocust op de viool
De studente zet geconcentreerd de lage tonen van Chaussons Poème in. Ivanov luistert aandachtig en laat haar een tijdje spelen. ‘Dat is belangrijk’, zal hij mij later die middag vertellen. ‘Er is natuurlijk altijd veel te zeggen, maar een leerling moet kunnen ervaren wat het is om een stuk in zijn geheel te spelen.’ Dan gaat de les met de snelheid van een pingpongwedstrijd tussen leraar en leerling heen en weer. Terwijl zij speelt en op hem reageert, geeft hij aanwijzingen. Hij dirigeert, zingt mee, speelt fragmenten voor en stampt de maat op de vloer. ‘Geen gaten in de melodie’, spoort hij haar aan. ‘Het moet één lange, stralende lijn zijn.’ Eenmaal aangekomen bij de verstilde passage met de trillers aan het eind van het stuk, lijken ze de flarden sirenegeluid, die door het halfopen dakraam naar binnen waaien, niet op te merken. Ze zijn gefocust op de viool en de muziek.

De twee leerlingen die nog op de agenda stonden voor die middag hebben afgebeld. ‘Dat is jammer, maar ook een geluk’, zegt hij. ‘Nu hebben we veel tijd voor het interview.’ Ik vraag hem hoe hij ooit zelf begon met vioolspelen. ‘Mijn vader is violist. Nu is hij met pensioen, maar tot voor kort was hij concertmeester van de Filharmonie van Antwerpen. Ik hoorde hem altijd spelen. Natuurlijk was ik geraakt door de klank van de viool en de muziek, maar ik was vooral gefascineerd door het mechanische aspect van die twee instrumenten. De viool en de strijkstok. Ik was vijf jaar oud. Het deed me denken aan de spoorwegen. De viool met zijn snaren was de rails, de strijkstok een trein. Dat wilde ik ook!’
Zijn vader kocht een kleine viool voor hem en gaf hem zijn eerste lessen.


Half miljoen hits
Wie de naam Yossif Ivanov op internet googelt, stuit op YouTube al snel op de video Pulp Fiction. Een clip die op MTV niet zou misstaan: Drie jonge violisten liggen in een kamer vol halflege drankflessen schijnbaar hun roes uit te slapen. Op de tv in de achtergrond Tarantino’s meesterwerk Pulp Fiction. Een van de violisten, Yossif Ivanov, begint met zijn duim een traag ritme te tokkelen op de viool die naast hem op de bank ligt. En dan barst het los. Op meeslepende wijze spelen ze muziek uit de soundtrack van de film. Daarbij flitsende beelden van hun geanimeerde schaduwen, die elkaar springend, rennend én vioolspelend achtervolgen door de stad.

‘De clip had al snel een half miljoen hits’, vertelt Ivanov trots. In 2011 kreeg hij samen met zijn goede vioolvrienden, Hrachya Avanesyan en Lorenzo Gatto, het idee om het imago van de klassieke muziek en de viool wat op te frissen. ‘Grote groepen hebben een vooroordeel over klassieke muziek. Ze denken aan iemand met een pruik op die Mozart speelt, en zeggen: oh viool, dat is saai. Daar wilden we iets aan doen.’ Daarom besloten ze met z’n drieën een vioolband te vormen: Trilogy.  ‘Kijk het solistenbestaan is niet meer vanzelfsprekend. Er zijn veel, misschien té veel, goede muzikanten. Dat is een realiteit. Daarnaast vergrijst het publiek voor klassieke muziek. Het is moeilijk de interesse van jongeren te wekken, er is zoveel entertainment. Met Trilogy hebben we een programma met orkest. We spelen een set van vijfenveertig minuten die gaat van Saint-Saens, Moricone, Pulp Fiction, tot John Williams en Brahms. Wij klassiek geschoolde musici houden niet uitsluitend van klassieke muziek. In elk genre is er goede en slechte muziek. Zowel in klassiek als in pop. Dat willen wij overbrengen. Mensen die ons gehoord hebben, zeggen: “Ik wist niet dat de viool zo kon klinken!”

Het moet al snel duidelijk zijn geweest dat de kleine Yossif talent had, want toen hij acht jaar was, gingen zijn ouders met hem naar Lübeck, in Duitsland, om les te krijgen van de beroemde vioolpedagoog Zakhar Bron. ‘Hij is een veel gevraagd pedagoog, met leerlingen als Repin en Vengerov, maar ik kreeg een plaats. We gingen maandelijks met de nachttrein vanuit Brussel. Hij bracht alle aspecten van het vioolspel samen: de techniek, de klank, de muziek. Hij speelde veel voor, kende het hele repertoire uit zijn hoofd. Als ik de partijen met zijn vingerzettingen en aanwijzingen bekijk, zie ik – nu nog meer dan toen – wat een intelligente musicus hij is.’


Op eigen benen
Na enige tijd vonden zijn ouders het beter als hij regelmatiger les kreeg. Hij studeerde verder in Brussel bij Igor Oistrakh. ‘Ja, de zoon van de beroemde David.’ Igor Oistrakh was destijds in Moskou de leraar van Zakhar Bron. ‘Een mooie link. Ik kon mijn lessen vervolgen op de zelfde manier, volgens de zelfde school.’
Bestaat er nog zoiets als een ‘Russische vioolschool’?
‘Ik heb later ook kennisgemaakt met de zogeheten Franco-Belgische school toen ik studeerde bij Augustin Dumay. Er zijn verschillen, vooral in mentaliteit. Waar Dumay meer op de muziek focust, komen in de Russische school techniek en muziek altijd samen. David en Igor Oistrakh hebben vroeger bij de fameuze Stoliarski in Odessa gestudeerd. Een school van techniek en verfijning. Je voelt dat er een rijke traditie wordt voortgezet.’
Op de vraag wie hij als zijn belangrijkste leraar ziet, antwoordt hij met grote stelligheid: ‘Voor raad en adviezen ga ik nog steeds naar mijn vader. Hij was de grote motor achter mijn opleiding. Hij was erbij als ik les had, maakte aantekeningen en hielp mij thuis met studeren.’ Maar Yossif Ivanov merkt dat hij de laatste jaren steeds meer op eigen benen staat. ‘Je krijgt meer zelfreflectie, je begint beter naar jezelf te luisteren, maar ook naar opnames van andere violisten. Je vraagt je af hoe zij het voor elkaar krijgen iets zo mooi te spelen, daar leer je van. Je stopt nooit met leren.’
Nu is hij al een aantal jaar zelf docent. In het Koninklijk Conservatorium geeft hij wekelijks les aan zo’n zes studenten. Spreekt hij met hen over de realiteit van het muzikantenbestaan? ‘Ze zijn niet naïef. Voor elke vacature bij een orkest zijn er tientallen kandidaten. Met muziek je brood verdienen is niet vanzelfsprekend. Je moet er veel discipline voor opbrengen.’
Leert hij zelf van het lesgeven? ‘Ja zeker. Door met studenten te werken, is mijn eigen manier van studeren meer to the point, economischer. Ik heb niet meer vijf of zes uur per dag nodig om te studeren, ik kan toe met drie of vier.’